Wel het gezicht, niet de ziel
DE VOLKSKRANT, KUNST & CULTUUR, 18 NOVEMBER 1994
WILMA SUTO
REDACTIE: PAUL DEPONDT BIJDRAGEN: WILMA SÜTÖ PRIX DE ROME


Wel het gezicht, niet de ziel


In voorbij drijvende wolken kunnen we zien wat we willen, maar wat we er ook in aanwijzen, dichterbij halen kunnen we ze niet.
Daar zijn het wolken voor. Het geeft geen pas daar moeilijk over te doen. Bij mensen daarentegen blijft het een hemeltergend raadsel dat we wèl hun gezicht, maar niet hun ziel kunnen zien. Een mens is geen voorbijdrijvende wolk! Toch kunnen we alleen maar zien wat en niet wie iemand is, hoe goed we elkaar, of Ed Gebski bijvoorbeeld, ook aankijken. Wie is Gebski?
Gebski is kunstenaar. Hij is vijfendertig en winnaar van de Prix de Rome, categorie schilderen. Hij is zijn eigen model. De rest blijft ongewis, zelfs al zien we Gebski telkens in eigen persoon voor ons staan: ten voeten uit op metersgrote schilderijen. Soms komt de kunstenaar op één doek zelfs vaker voor. Maar alleen of in tweevoud: over Gebski valt slechts te constateren dat hij krullend haar heeft en - althans op het schildersdoek - steevast gekleed gaat in hetzelfde jasje.
Temeer omdat hij de schilderkunst verenigt - en zodoende ook vernieuwt en verrijkt - met de 'waarheidsgetrouwe' fotografie, zou je denken dat Gebski zelfportretten maakt. Maar op het doek is hij slechts 'een gedaante' die ons aankijkt. Meer niet. Of toch? Want ofschoon we over zijn persoonlijkheid nauwelijks iets benoembaars aan de weet komen, verschijnt hij steeds als hoofdrolspeler op uiterst suggestieve stemmingsbeelden. Hij staat - wat is het: aarzelend? ontheemd? eenzaam? of toch alleen maar: alleen? - temidden van zwaar gemeubileerde, maar wankelbare interieurs.
Het zijn verschillende interieurs ineen: samengevoegde fotografische fragmenten van een kroeg, een huiskamer, een sjieke salon. In verticale banen leunen die overvolle ruimten, enigszins uit het lood gebracht, tegen elkaar aan. Alsof scheve spiegels alle hoeken van een kamer tegelijk weerkaatsen. De opnamen zijn geprojecteerd op een ondergrond van zachtgekleurde acrylverf met zilvernitraat, waardoor hun huid doezelig is als die van oude foto's. Er hangt een nostalgische atmosfeer, melancholiek, die nog versterkt wordt door het verstrooide licht daarbinnen.
Over de - denkbeeldige - spiegels ligt als het ware een dunne laag stof, een waas, waar zich in een tijdloos vacuüm een ruimte achter ontvouwt die naar voren kantelt maar ook weer wijkt: met wanden vol boeken, het klavier van een piano, de reflectie van een asbak in een tafelblad, barkrukken en de glimmende schoenen van de jongen temidden hiervan. Hij staat. Op het punt van aankomst, van vertrek misschien? Maar zomin als wij het doek op kunnen stappen om te gaan zitten op die uitnodigend tot aan de beeldrand geschoven stoel, kan hij afstappen van het schilderij.
Hij blijft waar hij is, met zijn gezicht als een wolk, in een verhaal zonder begin of eind, dat aan oude romans lijkt te zijn ontstegen en daarna in beelden is gestold. Een flard pianomuziek komt er nog uit voort en de geur van een sigaret. Maar dat moet inbeelding zijn. Schijn. Net als de portretten van de kunstenaar zelf, die met zijn uiterlijk niets prijsgeeft van zijn innerlijk.
Wat Gebski wel zichtbaar maakt is juist dat intrigerende mysterie van die voor de blik niet te overbruggen afstand tussen gezicht en ziel. Of in artistieke termen: het onderscheid tussen vorm en inhoud, en het wonderlijke vermogen van de schilderkunst om op het platte doek een hele wereld te suggereren, die toch niet meer dan een illusie is.
Gebski is niet voor niks de hoofdwinnaar van de Prix de Rome.WS

Prix de Rome 1994, t/m dit weekeinde in Arti et Amicitiae, open: dagelijks 12-19 uur.
Copyright: Suto, Wilma